Hieronder vind je alle artikelen in de categorie: Nieuws

Ús Iten

Samen met haar Michel runt Bregje een succesvolle zelfoogstttuin. Maar: “We ontdekten dat de leden naast groentes ook lokale eieren, zuivel, brood wilden”. Twee jaar geleden zijn ze gestart met voedselcoöperatie Ús Iten: er werd een coöperatie opgericht met een bestuur. Als je lid bent van de coöperatie moet je eens in de twee maanden anderhalf uur dienstdoen als marktmeester. Op vrijdag worden de spullen aangeleverd en op zaterdagochtend tussen 9 en 10:30uur zetten de martkmeester de bestellingen voor de leden klaar. DOOR: Klarien Klingen

De coöperatie zoekt lokale producten. Dat wordt aangevuld met producten van de Streekboer (de regionale distributeur). En dat wordt aangevuld met groothandel Udea. Udea komt voor bestelling vanaf €450 gratis met de vrachtwagen voorrijden. Met een groep van zo’n 25 actief bestellende gezinnen redden ze dat ruim. (er zouden  er 12 nodig zijn). Op deze manier kan je al je producten via dit bestelsysteem regelen en hoef je praktisch niet meer naar de supermarkt. Bregje: “We zijn een soort Ekoplaza maar dan in Siebrandabuorren.”

Dankzij dit voedselcoöperatief is een lokale bakker gestart die met lokaal graan werkt. Vanaf twintig broden kan ze leveren. Mochten er minder dan 20 broden besteld worden dan bestelt Bregje er wat bij en haalt ze met gemak de mensen die hun bestellingen komen halen over om alsnog wat broden mee te nemen. “De geur van vers warm brood is onweerstaanbaar”.

Via Ús Iten zijn producten 20% goedkoper dan biologische winkelprijzen. Maar je moet er wel wat voor doen: marktmeester zijn of in het bestuur zitten. De VoCo zet zelf 10% bovenop groothandelprijzen. Lokale producenten zijn vrij hun prijs te bepalen.

Het ideaal is: ieder dorp zijn eigen tuin en voedselcoöp. Zodat je die boer in staat stelt om vrij te zijn van de wereldmarkt.

Ús Iten werkt. Mede dankzij een handige jongen die een bestelsysteem heeft gebouwd. “Het bestelsysteem is key. De keerzijde is dat we mega afhankelijk van hem zijn.” Mede daarom is er nu een LEADER project subsidie aangevraagd om een beter systeem te maken. “We willen een state of the art ICT systeem met professionele ondersteuning waar we allemaal gebruik van kunnen maken”. Het idee is dat je meerdere bestelsystemen aan elkaar kunt koppelen. Dat je ten alle tijden up to date voorraden weet en altijd lokaal kunt bestellen. Dat bestaande online bestelsystemen erin meegenomen kunnen worden. In het project wordt samengewerkt met het Belgische Voedselteams vzw dat al jarenlange ervaring heeft met vele voedselcoöperaties.

Het juridisch eigendom is nu van de twee organisaties die het startten, het economisch eigendom is van alle gebruikers. Bregje “We moeten een list verzinnen zodat grote partijen het syseem niet kunnen kopen.”

De logistiek is ook nog een belangrijk onderwerp. Bregje: “De Streekboer, Bioromeo en Rechtstreex zijn al bestaande en werkende logistieke systemen, laten we daar op aanhaken.”

De Hoge Born zoekt verkoper voor boerderijwinkel. Iets voor jou?

Ben jij een klantvriendelijke, stressbestendige aanpakker, die het leuk vindt om met mensen om te gaan, en plezier heeft in het werken met een mooi product? Dan ben jij misschien wel onze nieuwe medewerker!

                                                                                           Sluitingsdatum 10-03-2019
Werken op De Hoge Born betekent werken op een bijzondere plek. Het is een professionele biologische boerderij waar zorg verleend wordt en waar veel mensen komen genieten van het buitenleven.
De boerderijwinkel met buitenterras, de groente- en fruitkwekerij, de legkippen, de fietsenwerkplaats, de timmerwerkplaats, en de fruit- pluktuin maken het tezamen tot een werkplek met veel variatie.

Als boerderijwinkel-medewerker ben je het visitekaartje van onze boerderij. Groenten en fruit zijn de belangrijkste producten van onze boerderijwinkel, maar er is ook vlees, kaas, droogwaren en ijs. Onze streekproducten worden verkocht aan winkelklanten en geleverd aan winkeliers in de buurt.
Wat ga je bij ons doen:

• Zorg dragen voor de inkoop en voorraad.
• Begeleiden van deelnemers.
• Aansturen vrijwilligers en tijdelijke krachten.
• Beheren sociale media.
• Het bedenken en organiseren van leuke acties en activiteiten voor in onze boerderijwinkel
• Presenteren en verkopen van onze producten.
• Waarborgen van de kwaliteit.
Ben jij diegene die wij zoeken?
• Je beschikt over minimaal mbo+-werk- en denkniveau en hebt een gemotiveerde houding.
• Je hebt al enige relevante werkervaring en affiniteit met biologische voeding.
• Je hebt een klantvriendelijke instelling en legt gemakkelijk contact.
• Je voelt je verantwoordelijk voor de uit te voeren werkzaamheden en je bent enthousiast.
• Je houdt van aanpakken en kan goed zowel zelfstandig als in een team werken.
Wij bieden voor deze functie:
• Een aantrekkelijke baan in een dynamische werkomgeving.
• Een marktconform salaris (CAO GGZ).
• Een baan van 28 tot 32 uur.

Solliciteer door je brief met CV te mailen naar: info@dehogeborn.nl
Of schrijf naar: Stichting De Hoge Born t.a.v. Dhr. H. Janssen, Bornsesteeg 87, 6708 PD, Wageningen

Meer informatie over onze boerderij vind je op www.dehogeborn.nl
Voor informatie over de vacature kun je contact op nemen met Hans Janssen, tel: 06-5200067

Sluitingsdatum 10-03-2019

Voor de Oogst van Morgen

Eind november nam Maria van Maanen (boerin bij Om de Tuin) namens Toekomstboeren deel aan De Oogst van Morgen: een innovatielab met als doel samenwerken aan vernieuwende en duurzame oplossingen voor het landbouw- en voedselsysteem middels collectief leiderschap. Het is een traject van 1,5 jaar en is ingestoken vanuit Theory-U, een verandermodel waarin op bewustzijn gebaseerde systeemverandering centraal staat. Hieronder een persoonlijk verslag.

Omdat wij met een groepje toekomstboeren al een tijd bezig zijn met een plan over grootschalige kleinschaligheid (neoruralisatie) leek het ons interessant om mee te doen aan dit traject.

Met dit plan hebben we begin 2018 meegedaan aan de prijsvraag Brood en Spelen. Het onderliggende idee is eenvoudig: grootschalig georganiseerd natuur- en voedselinclusief beheer van landschap door de kleinschalige boeren die erin werken en produceren.

Na het lezen van de lijst met 80 deelnemers was ik onder de indruk van de grote diversiteit aan organisaties- Van Albert Heijn via de Vlinderstichting en het ministerie van Binnenlandse Zaken tot Toekomstboeren.

Verwachtingsvol was ik, maar ook vol vraagtekens: wat gaan we doen? Hoe? En met deze diversiteit aan mensen? Wat zal dat worden?

De methodes en technieken zijn leerzaam en inspirerend, en hebben we met name in het begin uitgediept waardoor e.e.a. weinig concreet werd. De recentere oefeningen zijn meer praktijkgericht op het verkennen van ‘het werkveld’ in de vorm van bijvoorbeeld interviews en schaduwopdrachten. Daarin ga ik vanaf nu onze groep Neoruralisatie meer betrekken zodat we als groep(sproces) ook profijt kunnen hebben van het lab.

In de eerste drie dagen van het lab kwamen veelvuldig de termen waarden, geld, pionieren, en opschalen terug. Het lijkt alsof zo ongeveer iedereen het eens is: een vernieuwing begint altijd klein. Met een idee, een klein bedrijf, een pilot. Maar wat mij opvalt is dat velen ‘de transitie’ groot willen maken door de pilots op te schalen. Ik snap dat wel, want die pilots werken dan gewoon goed.  En het goede groter, dat kan niet anders dan goed zijn… maar is dat wel zo? Is er niet altijd een optimale maat, die bijvoorbeeld afhankelijk is van allerlei nader te bepalen factoren? Kan een transitie, kan het goede, misschien ook te groot worden? En hoe moeten we dan die optimale maat bepalen?

Grootschaligheid zorgt in het algemeen voor minder flexibiliteit, minder weerspiegeling van onderdelen in het geheel, minder zichtbaarheid en stuggere en afgeplattere regelgeving.

Dat is allemaal niet erg, want er ontstaat wel weer een nieuwe beweging, maar dat is het nu net.

De vernieuwende kracht zit juist in het nieuwe, in de pionierenden, in de kleinen, die flexibel zijn en telkens iets nieuws kunnen verzinnen en zich aanpassen.

En wat we nu nodig hebben is snelle verandering. En het veranderen van oude systemen, van logge apparaten- dat kun je wel zien aan wat er in de politiek gebeurt op het gebied van klimaat- dat kan nog heeeel lang gaan duren!

En dat maakt dat ik vind dat je niet de ideeën moet opschalen en uitrollen, maar dat vooral de ruimte voor nieuwe ideeën moet worden vergroot. – of kan dat dan ook weer te groot worden…?

Ik weet dat eigenlijk gewoon niet, maar ik heb het vermoeden dat het te maken heeft met hoe waarden in de betreffende samenleving, in de betreffende groep, levendig kunnen blijven, zodat er flexibiliteit in bestaat, zodat individuen zich ook echt vertegenwoordigd voelen door een overkoepelendheid en daar invloed op hebben. Het idee van de commons? Op elke plek en in elke situatie een andere schaal afhankelijk van allerlei omstandigheden? Community supported agriculture? Mooie voorbeelden waarvan we veel kunnen leren. Laten we dat doen!

Intussen ga ik lekker zelf weer landbouwen, dat is voor mij de leukste en misschien wel de voor de transitie meest relevante activiteit om mee bezig te zijn.

We gaan een stuk land pachten, wat eigenlijk te groot is voor onze kleine tuinderij-in-startfase. We willen graag de aarde verzorgen. Dit is een mooie kans om op de grond die we niet direct nodig hebben voor groente aan de gang te gaan met grootschalige kleinschaligheid. Een eerste stap is samenwerken met een startende koeienboer. We hebben heel veel zin om vanuit deze samenwerkingspraktijk vanaf het begin met grootschalige kleinschalige gedachten bezig te zijn, en het leerproces hieromheen alvast te starten in de praktijk. We houden jullie op de hoogte!

VERSLAG DOOR: MARIA VAN MAANEN

NeoRuralisatie

Een groep actieve Toekomstboeren heeft meegedaan aan de prijsvraag Brood en Spelen met de inzending:

Neo-Ruralisatie: niet terug naar 1850 maar vooruit naar 2050

Het is een ontwerp voor grootschalige kleinschaligheid. Samen met een groep kleinschalige boeren geven we met elkaar, grootschalig, een landschap waarde.

De inzending kreeg een eervolle vermelding en werd aanbevolen door de jury en andere betrokkenen. De initiatiefnemers blijven zich inzetten voor dit idee, op allerlei plekken en allerlei manieren.

Natuurinclusieve Landbouw? We hebben toch al bio? – verslag

De term natuurinclusieve landbouw is waarschijnlijk ergens op een bureau ontstaan en niet in het veld. Boeren identificeren zich er voorzichtigjes aan mee. Wat houdt het voor hen in? Hoe kunnen we met elkaar natuurinclusieve landbouw verder helpen? DOOR: KLARIEN KLINGEN

Annette Harberink vertelt dat haar bedrijf bestaat uit landbouwinclusieve natuur. Ze melkt 70 koeien op 135 hectare. Met 0,7 grootvee eenheden per hectare zit ze daarmee op een lagere dichtheid dan de veedichtheid gehanteerd door Staatsboshebeer. Met haar MRIJ (Maas, Rijn, Ijssel) koeien verzorgt Annette meteen al een stuk biodiversiteit: het MRIJ ras behoort tot de zeldzame landbouw huisdierrassen. Ze produceren 5650 kg melk per jaar, volledig op gras met een klein beetje voederbiet en zelf geteeld graan.

Omdat de boerderij een gesloten systeem is, is er een mesttekort (door afvoer van nutriënten in de vorm van melk en vlees). Daardoor is Annette kritisch waar ze haar mest opbrengt. Ze zegt “Ik begrijp nu het middeleeuwse drieslag systeem. Ik breng de stalmest juist op het vruchtbare stuk grond (en niet op de armere stukken die verderop liggen).” Er is een gradiënt in natuurwaarden, met verderop een gras haver hooiland, daarna een stuk met stroomdal vegetatie. “Het zijn pittige natuurdoelen. Je zou er eigenlijk vier jaar Larestein voor moeten studeren. Gelukkig heb ik een app die me help planten te determineren.” In het botanisch graslandbeheer helpt het om vroeg te stoppen met bemesten en te naweiden.

De natuurbeheer werkzaamheden leveren voor Anette een kwart van de inkomsten op, driekwart komt uit melk, vlees, en GLB. Recent is er monitoring gedaan na vijf jaar. Daaruit blijkt dat er een verdubbeling is van de broedsoorten en ook van de rode lijst plantensoorten.

Annette oogst 3 tot 3,5 ton droge stof van het grasland. “Dat is dus echt wel een beetje anders dan gewoon lekker bio. Natuurbeheer is een leuke uitdaging maar ook een kluif. Ik heb veel moeten leren qua natuurontwikkeling. Je moet het echt heel leuk vinden, want als je het móet doen is het namelijk niet leuk.” Annette vindt dit natuurboeren een goede optie voor boeren, er zit best een ok verdienmodel achter, én voor terrein beherende organisaties. “De werkzaamheden die ik nu doe zijn duur voor terreinbeherende organisaties om uit te voeren. Met een boer hebben ze ook meer continuïteit.” Ze doelt op het verschijnsel dat soms natuurgrond toch weer als gangbare landbouwgrond verkocht moet worden als natuurorganisaties krap bij kas zitten. “Deze vorm van landbouw kan blijven plaatsvinden omdat het was oplevert.”

Als tips aan anderen geeft ze mee om eerst de boerderij te bouwen en dan om te vormen naar natuur. (als het eenmaal ‘natuur’ heeft is het bouwen van een stal nogal lastig qua vergunningen).

Als ze naar de toekomst kijkt verwacht Annette de natuurgebieden nog meer te verschralen en minder dieren te gaan houden. Ze vraagt zich wel af hoe de natuur mee te verkopen met de melk en het vlees: “Ik krijg per jaar 2500 bezoekers op mijn boerderij, maar dat zijn niet mijn klanten. Ik lever 1500 huishoudens melk en vlees. Hoe de link te maken is nog een zoektocht. Het gaat om het bouwen van een relatie met je klanten, dan zou het moeten lukken om die 30% marge die nu naar de retail gaat in eigen hand te krijgen.”

Jaring Brunia besloot in 2012 rigoureus om boer te worden, terwijl zijn ouders eigenlijk alles hadden verkocht. Hij merkte dat er een aantal dingen waren van de melkveehouderij die hij niet zo logisch vond: “Ik snapte het maaiprincipe niet helemaal. Voor mij is natuurlandbouw: ontwerpen. Het kopiëren van succesfactoren uit de natuur.” Hij noemt als voorbeeld de Oostvaardersplassen waar 2grootvee eenheden per hectare kunnen leven zonder externe inputs. “Dat dat kan komt doordat de kringloop niet verstoord wordt. De kringloop van bodem, bodembacteriën, maag van de koe, darmbacteriën, mest, bodem. Dat proces moet je niet verstoren.” Veel ingrepen in de melkveehouderij ziet hij dan ook als verstoring. “Het liefst zou ik zonder kuilgras willen werken.”

Jaring maakt het punt dat de mens, de boer, meegenomen moet worden in het ontwerpproces: “We moeten meer werken met passie en positiviteit: waar word jij blij van? Neem jezelf mee in het ontwerpproces”

Hij laat een plaatje zien waar de opnamebehoefte van de koe nagenoeg overeenkomt met de grasgroei door het seizoen heen, een pleidooi voor een voorjaarsafkalvende veestapel.

Jaring melkt 60 koeien op minder dan 40 hectare zonder krachtvoer en heeft dus een droge stof opbrengst nodig van 10 ton per hectare. Dat realiseert hij door met stripbegrazing te werken: hij verzet de draad vier keer per dag.

Jaring heeft nu in de winter de koeien ook buiten, daarvoor heeft hij een stuk afgezet naast de stal (de koeien kunnen kiezen) dat hij opstrooit, een ‘buiten potstal’. Een mooi beeld. Het maaisel daarvoor komt uit natuurgebieden.

Bij de boerderij ligt ook een pladrasgebied, waar uit de weide omgeving vogels naartoe komen. Volgens Jaring gaan weidevogels en weidegang samen. Hij vertelt over hoe na een paar minuten als een koe een flat heeft gelegd er al allerlei muggetjes op komen: voeding voor vogels. “Als je je koeien niet in t land brengt, dan creëer je ook geen voeding voor weidevogels.”

In het nagesprek met de zaal spreken we over het areaal nodig om koeien te voeden. Jaring koopt stro en een beetje lucerne, Annette helemaal niets. Vaste mest is natuurlijk veel mooier voor het bodemleven, maar om gras in de vroege lente eerder op gang te krijgen kan een beetje drijfmest handig zijn.

Hoe de meerwaarde van natuurinclusieve landbouw in de markt te zetten? Dat is een relevante vraag voor de boeren.

Vereniging Toekomstboeren neemt deel aan het netwerk natuurinclusieve landbouw. Vanuit dat netwerk werd deze workshop georganiseerd op de Biobeurs 2019.