Hieronder vind je alle artikelen in de categorie: Portretten

Ekoboerderij de Lingehof

Met een hele club Warmonderhoffers worden we door André Jurrius (40) meegenomen op de platte kar. Dat heeft hij wel vaker gedaan, mensen mee het land op nemen. Hij vertelt hoe hij hier is neergestreken: “Eigenlijk wilden we in het buitenland beginnen. Via allerlei omzwervingen, in Canada en als assistentbedrijfsleider op het grootste gangbare akkerbouwbedrijf van Nederland, kwamen we hier terecht, min of meer toevallig vlak naast mijn geboortegrond.”
TEKST: ROMEE MARCHAND, KLARIEN KLINGEN / FOTO: FUTURE FARMERS IN THE SPOTLIGHT

De Lingehof is een biologisch akkerbouwbedrijf, waar op ongeveer 100 hectare meer dan dertien gewassen worden verbouwd. Een bijzonder onderdeel van de vruchtwisseling is Tuinderij De Stroom, ook wel ‘de groentemeiden’ genoemd.

Drie dames pachten drie hectare land van André. Elk jaar verhuizen ze de tuinderij. Het is een bijzonder gezicht om tussen de enorme kuubskisten en big bags met oogst van De Lingehof ook kleine kistjes, groentetassen en zelfs losse groenten te koop te zien in het winkeltje.

André wil ondanks de schaal van zijn akkerbouwbedrijf liefst zoveel mogelijk lokaal afzetten. “Mijn lokale afzet is eigenlijk geheel geregeld via de tuinderij. Zij pakken de producten uit de schuur, ik heb er geen omkijken naar.”

Maar de belangrijkste reden om samen te werken is de gezelligheid. “In het begin was het hier redelijk eenzaam als biologisch producent, ik zocht wat steun. Die meiden zochten een stukje land en wij hadden land genoeg. Dat was 1+1=3, gewoon doen. Samenwerken. Volgens mij worden we er alleen maar sterker van.” In eerste instantie zaten de groentemeiden niet op het bedrijf, maar gebruikten ze alleen land van de boerderij. Toen de schuur klaar was, is al snel besloten dat ze erbij mochten komen.

Iemand vraagt of André ook bloemrijke randen heeft op zijn bedrijf. “Wil je natuurlijke vegetatie zien?” Lachend neemt hij ons mee naar het stuk van de groentemeiden. “Heeft het samenwerken ook nadelen? Ja, soms wel. Je kunt elkaar ook in de weg zitten. De tuinderij maakt over het algemeen meer onkruid dan wij akkerbouwmatig doen, dus er komt altijd wel een beetje ‘verleden’ naar boven. Maar dat is het mij wel waard. Het samenwerken zorgt ervoor dat je bedrijfsvoering makkelijker loopt. Als zij een keer iets hebben ben ik er voor hen, en andersom. En als je koffie gaat drinken heb je een ruimte vol mensen. Anders zit je daar maar in je eentje op een leeg stel banken.”

Dit portret werd eerder gepubliceerd in de bundel Land: ruimte voor nieuwe boeren. Hier te bestellen, of gratis als je lid wordt/bent van vereniging Toekomstboeren

Ekoboerderij Arink

 

We vragen ons af of we wel goed rijden, maar dan zien we haar: de koe van de foto. Met prachtige hoorns en met vier kalfjes bij zich in de wei. Diep in de Achterhoek, zijn we aangeland bij Ekoboerderij Arink. Er is veel te zien, van een kaasmakerij boven in de stal tot een gastenverblijf in de voormalige hooiberg. Daarbij is alles gericht op het sluiten van de lokale kringloop.
DOOR: KLARIEN KLINGEN, ESTHER HOFKAMP, ROOS KOORING

Terwijl we wachten tot John klaar is met een koe in de bekapbox, zien we hoe zijn vrouw Liane met een pallet op een kar in de weer is. Ze geeft ons een hand maar is dan weer druk en laat John het verhaal doen. Daar blijkt dan ook zijn hart te liggen, met veel enthousiasme en passie vertelt hij over het bedrijf. Hoe ze begonnen, dertig jaar geleden. Meteen biologisch. “Ik was getriggerd door de heren van Te Voortwis in Winterswijk en Gerrit Marsman van De Eerste. Die laatste kon zijn verhaal zo mooi vertellen, dat ik na een excursie bij hem dacht: zo gaan wij dat hier ook doen.” Afzet was er nog niet, dus de eerste vijf jaar hebben ze ‘sluimerend’ biologisch geboerd.

“Sinds ik van school af ben, begon er voor mij een hele lange grote vakantie en die duurt nog steeds voort.”

Vanaf 1996 ontstond er voldoende vraag en ging het bergopwaarts. De belangrijkste drijfveer voor John is zelfvoorzienend zijn. “Dat de boerderij op zichzelf kan functioneren. Zo denk ik dat de landbouw in elkaar moet zitten: dat het komt van het stuk grond waar je op boert, en dat je niet af hankelijk bent van allerlei inputs.” Al het krachtvoer wordt dan ook zelf geteeld: haver en rogge gemengd met erwten en bonen. “Wij zijn voor 99 procent zelfvoorzienend met voer, inclusief krachtvoer,” zegt hij niet zonder trots. Samen met Milieudefensie, Aurora, en de collega boeren bij Aurora doen de Arinks mee in de campagne ‘Allemaal Lokaal’. Die campagne is erop gericht om consumenten te laten zien dat je ook zonder soja-import melk en vlees kunt produceren. “Er zijn biologische boeren die met heel veel geïmporteerd krachtvoer toch biologische melk produceren. Het is altijd een beetje de vraag in hoeverre consumenten geïnformeerd zijn over wat ze kopen. Milieudefensie is nu druk bezig om die informatie aan de consument te verstrekken. Ik vind het een prettige organisatie, waar we goed mee kunnen samenwerken.”

De huiskavel omvat 30 ha, daarnaast wordt 65 hectare land van Natuurmonumenten gepacht. Een deel is akkerland op traditionele zwarte esgronden, waar in rotatie graan, grasklaver, en een hakvrucht, aardappel of zonnebloemen, wordt geteeld. De samenwerking met Natuurmonumenten is goed, onlangs is er nog 13 ha land vanuit hen bijgekomen. “Het combineren van natuur en landbouw is heel goed mogelijk. Als je natuur en landbouw als twee losse dingen moet zien dan klopt er volgens mij iets niet aan die landbouw.”

Het is voor de Arinks een sport geworden om dingen zo lokaal en duurzaam mogelijk te doen. Zo worden  boerderijproducten rondgebracht in een elektrische auto. “Als er een elektrische trekker beschikbaar komt, zal ik de eerste zijn om die te gaan gebruiken. Vergelijk het maar met mensen die niet-verspillend leven. Op een gegeven moment wordt het een bepaalde sport waar je in door kunt draven. Die drang om van alles de meest duurzame vorm te kiezen, die passen wij toe op de productie van melk en vlees. Eigenlijk zouden we als Nederland moeten aansturen op het sluiten van de kringloop, inclusief het menselijke rioolslib. We hebben 17 miljoen mensen in Nederland, meer nog dan varkens. Een mens produceert ongeveer net zoveel fosfaat als een varken. Die mest, daar gebeurt nu niets mee. Dat is eigenlijk doodzonde.” Op Ekoboerderij Arink is dit kringloopaspect al geïntegreerd: het riool van zowel het huis als van het Biotel zijn aangesloten op de mestkelder van de koeien. “We gebruiken geen chloor, ook in het Biotel niet, dus dat is prima spul. Niets mis mee.”

In de ligboxenstal valt een opmerkelijk houten bouwsel op, het lijkt nog het meest op een skybox. Het is het verhoogde kaasatelier. Hermiene Makkink, zelfstandig kaasmaakster, verwerkt hier twintig procent van de melk tot zachte witte kaas. De kaas wordt verkocht aan Ekoplaza en via affineurs aan de horeca. Daardoor krijgen ze soms feedback van restaurantgasten, wat veel voldoening geeft. “Onlangs is onze kaas samen met drie andere Nederlandse kazen geselecteerd door Jonnie Boer van de Librije voor een proeverij in Parijs. Dat vond ik wel een hele opsteker. Onze kaas smaakt naar het bos waar je vroeger als kind inspeelde, was het oordeel van de jury.”

 

Boer zijn betekent voor John totale toewijding, en het allermooiste dat er is. Ondanks het permanente vele werk dat er is – “volgend voorjaar hebben we een weekendje weg gepland” – ervaart John het niet als werken. “Sinds ik van school af ben, begon er voor mij een hele lange grote vakantie en die duurt nog steeds voort.”

 

Bedrijfsgegevens EkoBoerderij Arink

Eigenaren John Arink en Liane Betting
Arbeid: een vaste medewerker voor 24 uur per week, kaasmaakster (zelfstandige), winkelmedewerker(parttime), kokkin (freelance), medewerker bediening
Biotel (parttime)
Areaal: 95 hectare
Grondsoort: Lichte zandgrond, esgrond
Gewassen: 48 ha gras/klaver, 20 ha graan, 3 ha zonnebloem, 4 ha mais, 20 ha natuurgras beweiding
Veestapel: 60 stuks melkvee, 80 jongvee en vleesvee
Ras: Fries Hollands
Productie: 330.000 kg melk/jaar
Bemesting: drijfmest en vaste mest
Machinepark: trekkers, sleepvoet, combine
Afzet: melk naar Aurora (80%, 20% wordt zelf verwerkt tot zachte kaas), kaas naar horeca via affineurs, Ekoplaza en eigen boerderijwinkel, vlees o.a. eigen boerderijwinkel
Bijzonderheden:  Biotel, rondleidingen, educatie, zelfvoorzienend, zonnepanelen, elektrische auto
www.ekoboerderijarink.nl

We komen bij de nieuwe parel van het bedrijf: het Biotel. Het afgelopen jaar zijn meer dan 1.000 strobalen, ruim 10 ton leem en 22 Veluwse Douglasbomen verwerkt tot een bijzonder gebouw. Het ligt op de plek, en heeft ook nog de vorm, van de voormalige hooimijt. Ze kregen alleen vergunning om iets te bouwen binnen de bestaande gebouwen. Dat kon door het nieuwe gebouw letterlijk in de oude hooimijt te bouwen. De douches worden verwarmd met energie die teruggewonnen wordt uit de restwarmte van de koel- en vriescellen, die op hun beurt weer van stroom worden voorzien door de zonnepanelen. Het hotel biedt plaats aan tien overnachtende gasten en 40 restaurantbezoekers. Op donderdag, vrijdag en zaterdag worden er een biologische lunch en diner geserveerd. “Jarenlang zijn we bezig geweest om voedsel te produceren. Sinds we de winkel zijn begonnen, in 2002, hebben we contact met consumenten. Dat mensen nu ook hier op het bedrijf slapen en de boerderij kunnen beleven en daarbij het door ons geproduceerde voedsel consumeren, dat maakt voor ons de cirkel echt rond. Dan zie je echt waar je het voor doet. Dan zie je hoe ze reageren op onze leefstijl, op onze voedselproductie, op ons boer zijn.”

Een Belgisch witblauwe stier dekt de helft van de koeien, de kalfjes worden op het bedrijf zelf afgemest. De stiertjes worden geost – door een dierenarts en onder volledige narcose – en kunnen zo samen met de vaarsjes, en veilig voor de wandelaars, in de natuurgebieden lopen. In de winter worden ze binnen gehouden in een potstal met prachtig houten beslag. Na twee seizoenen in de natuur te hebben gelopen worden ze als ‘Greenfields vlees van de Achterhoek’ afgezet. Het meeste vlees wordt verkocht in eigen winkel, een deel gaat naar natuurvoedingswinkels en restaurants in de buurt. Verder gaan er dieren naar Jos Groothedde in Vaassen, die het vlees verkoopt als ‘Natuurboerenvlees’. Ook gaan er jaarlijks nog zo’n vijf à zes koeien naar snackman Luuk Domhof, die in één van zijn twintig snackwagens duurzame snacks aan de man brengt. De kalfjes blijven twee a drie weken tussen de melkkoeien lopen. Omdat ze streven naar zo min mogelijk gebruik van krachtvoer, worden de kalfjes tussen april en september geboren.

 

John geeft rondleidingen aan allerlei groepen, vaak aan mensen die ver weg staan van de landbouw. “Bij de meest basale dingen die ik vertel over de koeien vallen de monden al open.” Toch blijft hij het met veel plezier doen. Ook met kinderen wordt het boerderijleven gedeeld: ieder jaar van maart tot juli hebben kinderen van twee lagere scholen bij hen op de boerderij een eigen groentetuintje. “We proberen die kinderen zo bij te brengen waar het voedsel vandaan komt.”

In het Biotel voegt Liane zich weer bij ons, ze laat met trots de vijf gloednieuwe hotelkamers zien. “Zelfs de prullenbakjes zijn cradle to cradle!” lacht ze.

Dit portret verscheen in september 2016 in de Toekomstboeren special van Ekoland

Boomkroon

Boer op Afstand

Femke Batterink en Douwe Kappers rijden één keer in de week vanuit hun woonplaats Rotterdam naar Landgoed Zuylestein in Leersum, waar ze op 0,3 ha een paar duizend jonge fruitboompjes hebben staan. Nu nog als deeltijdonderneming naast ander werk, maar in de toekomst hopelijk als fulltime boomkwekerij.
DOOR: KLARIEN KLINGEN FOTO: JORIS VAN DER KAMP

Zien jullie jezelf als boer?
Douwe: “Ja, ik zie mezelf steeds meer als boer. Omdat we nu een fysiek stuk land hebben en wij ons verantwoordelijk voelen voor de bomen die er groeien. We zijn eigenlijk ‘boer op afstand’.” Femke: “Als ik aan iemand vertel wat ik doe, zeg ik nog steeds dat ik energieadviseur ben. Dat doe ik vier dagen in de week. Het boer zijn is een aanvulling op ons andere werk. En dat vind ik prettig.”

Hoe zijn jullie ertoe gekomen om bomen te gaan kweken?
Douwe: “We hebben allebei best een dynamisch leven en hebben gezocht wat daarbij past. Fruit spreekt ons erg aan. Bovendien ben ik opgeleid om bomen te beheren. Zo kwamen we tot de keuze om fruitbomen te telen.” De ambitie is om uiteindelijk fulltime met boomkweken aan de gang te gaan. Douwe: “Ik zou de kwekerij ‘natuurlijk’ willen laten groeien. Als de vraag toeneemt, kunnen we meer tijd investeren in de kwekerij, omdat er dan ook meer inkomsten uit komen.” Deze parttime situatie is een eerste stap. Het is daarmee, ook nu, zeker geen hobby. Femke: “Hier zitten verplichtingen aan vast. Als ik een keer geen zin heb, moet ik toch gaan. Ze groeien door hè. Er zit gewoon een hoeveelheid werk in en dat werk moet je wel verzetten.”

Hoe zit het met het reizen?
Femke: “Ik vind het maar niks, die afstand. Je kan niet even een uurtje langsgaan. Laatst waaide het heel hard en was Douwe bang dat de deur van het composttoilet eraf zou waaien. Je rijdt dan niet even naar Leersum om te kijken of de deur nog goed zit.” Douwe: “Je kan op zoek gaan naar grond en een huis, maar dat blijkt enorm lastig. Ondertussen sta je te popelen om te beginnen, dus die energie moet je wel vasthouden. Dan maar gewoon starten en even een offer brengen qua reizen. En hopen dat we op termijn in de buurt kunnen gaan wonen.”

Hoe zijn jullie aan dit land gekomen?
Douwe: “We hadden een plan en daar hebben we met heel veel mensen over gesproken. Zo is er op een gegeven moment een tip gekomen over deze plek.” Femke en Douwe hebben met het landgoed een pachtovereenkomst voor ‘geliberaliseerde pacht’. “Dat houdt in dat het niet onder de Pachtwet valt. Ze kunnen in feite vragen wat ze ervoor willen. Dus als er een rijke paardenfamilie is die er tienduizend euro voor wil geven, kunnen ze het die mensen gunnen.” Femke: “We willen heel graag op Zuylestein blijven. Maar we houden een slag om de arm, omdat we geen zekerheid hebben.” De relatie met het landgoed is goed. Voor het landgoed zijn Femke en Douwe jonge inspirerende mensen. Douwe: “Eigenlijk vinden ze alles wat we doen hartstikke leuk.” Maar dat wil niet zeggen dat het landgoed hen land kan toezeggen. Femke: “Ik ben dus nog wat terughoudend. Als er uiteindelijk helemaal geen land meer te verpachten is of ze vragen de hoofdprijs, moeten we ook ergens anders verder kunnen gaan.” Douwe: “We voelen ons in die zin wel vrij. Stel dat Femke een baan krijgt in Zwolle en we besluiten daar naartoe te verhuizen. Dan kunnen we gewoon in die regio op zoek naar land en de kwekerij daar voortzetten. Maar als je kijkt naar de zorg voor de grond, dan zou ik graag een vaste plek willen waar we een rotatie kunnen opzetten met bomen. Dan kan je investeren in de bodem, dat is wat ik het liefste wil.”

Op boomkroon.nl vind je alle informatie over de kwekerij.

Dit portret werd eerder gepubliceerd in de publicatie LAND: ruimte voor nieuwe boeren

UPDATE: Femke en Douwe wonen inmiddels in het dorp waar hun bomen groeien. Ben jij ook zo benieuwd hoe het verder met ze gaat? Schrijf jij een nieuw portret voor Toekomstboeren?

Ús Hôf

Een leven in balans met de omgeving

Permacultuur verbinden met een verdienmodel? Op zelfoogsttuin Ús Hôf in het Friese Sibrandabuorren werken pioniers Bregje en Michel hiernaartoe.  DOOR: ANNE CARL | FOTO: JANCO HEIDA

Bij hun woonboerderij hoort een weiland van 2 hectare en het idee om er iets mee te gaan doen hangt al langer in de lucht. In 2013 is het zover. Bregje en Michel starten hun zelfoogsttuin Ús Hôf (‘Ons Hof’). “Het is een uit de hand gelopen hobby, maar wel vanuit een zekere overtuiging,” aldus Michel. Zij vrezen dat de afgelopen crisis niet de laatste zal zijn en willen daarom de veerkracht van hun gezin vergroten, en van de gemeenschap waar ze deel van uitmaken. “Duurzaamheid is voor mij een leven in balans met de omgeving”, aldus Michel. De CSA-aanpak en permacultuur zijn een manier om daar vorm aan te geven.

Hoe werkt het? Voorafgaand aan het seizoen betalen leden hun oogstaandeel. Vervolgens mogen ze van april tot december komen oogsten. Het streven is om in de toekomst jaarrond groenten en fruit aan te bieden. Hiervoor zijn Michel en Bregje op zoek naar meer soorten kolen en andere geschikte planten.

Begonnen ze met eenjarige gewassen, nu experimenteren ze ook met bomen uit warmere klimaatzones, zoals abrikozen. Door slim gebruik te maken van de koelende en verwarmende functie van water, afhankelijk van het seizoen, hopen ze de bloei uit te stellen en zo (nacht)vorstschade te kunnen voorkomen. De bomen staan daarom ook wat hoger in de wind, op zogenaamde ekers. Hoogteverschillen en poelen waren er vroeger al op deze plek. Ze gaven het weiland de bijnaam ‘Lyts Zwitserland’ (‘Klein Zwitserland’). Twee boeren voor hen hadden het stuk grond helemaal vlak getrokken. Maar Bregje en Michel hebben de ekers nu dus in ere hersteld.

Helaas blijk je op agrarische grond niet zomaar poelen aan te mogen leggen. Ús Hôf kreeg te maken met de ontgrondingswet, vergunningen en onverwachte kosten. En dat terwijl met deze maatregelen de biodiversiteit juist wordt verhoogd. Het laat zien waar boeren en tuinders die vernieuwend bezig zijn nogal eens tegenaan lopen: regelgeving die gebaseerd is op de ‘gangbare’ en grootschalige landbouw, waarin natuur en landbouw strikt gescheiden zijn. Bregje en Michel laten zich echter niet ontmoedigen. Het project gaat gewoon door.

Kom langs voor een kennismaking bij Ús Hôf. Adres: Aesgewei 21, Sibrandabuorren.  www.ushof.nl

Dit portret werd eerder gepubliceerd in “Permacultuur en Voedselbossen”, de eerste Toekomstboeren publicatie.

BoerenVuur! op de Vrolijke Noot

Het is een zonnige dag in oktober. Perfect voor het boerenvuur op de Vrolijke Noot. Lucie en Harrie verwelkomen ons met koffie, thee en heerlijke blauwe bessen cake. We zitten met 17 toekomstboeren om de tafel; bijna allemaal werken we op een biologisch bedrijf. Altijd leuk om nieuwe toekomstboeren te leren kennen. Gedurende de dag haken er steeds meer mensen aan.
DOOR: ESTHER HOFKAMP

De aanwezigen stellen zich aan elkaar voor.  Martien is oud-veehouder in Oldemarkt. Waar eerst koeien graasden, teelt hij nu de groenten voor zijn zelfoogst klanten. Helena, Leon en René willen met stichting Plukken een stuk land vinden (4 ha) vlakbij Groningen waar ze onder andere fruit willen aanbieden. Op de Vrolijke Noot kweken ze alvast hun bomen op. Stefan is een “Mobiele Boer” en produceert voedsel op meerdere stukken ongebruikt land. Fogelina heeft overwogen om De Vrolijke Noot over te nemen, maar heeft daar uiteindelijk toch vanaf gezien. Een lijst van de aanwezigen, met verwijzing naar bedrijf, vind je onderaan.

Harrie en Lucie geven een introductie over het bedrijf en leiden ons rond. De Vrolijke Noot is een divers bedrijf, met voornamelijk teelt van blauwe bessen en een fruitboomkwekerij. Harrie is hier al in 1979 begonnen. Toen plantte hij de eerste blauwe bessen struiken, waarvan er veel nog productief zijn.

We lopen op het gras tussen de rijen met blauwe bessen. Het is herfstig, een enkel subtiel bloemetje laat zien hoe mooi het kan zijn in het voorjaar, als alles in bloei staat. Een struik kan meerdere generaties meegaan, maar om de markt bij te houden planten ze af en toe nieuwe rassen aan. Houtsnippers van snoeiafval leggen ze zoveel mogelijk onder de planten om het schoon te houden. Maar dit is vooral bij de jonge aanplant van belang. Onder de oudere struiken maaien ze eens per jaar. Het plukken van de bessen in de zomer is het meeste werk. Hiervoor nemen ze scholieren of andere plukkers in dienst. De meeste blauwe bessen gaan vervolgens naar de groothandel, want de productie is nogal wat hoger dan je aan huis kan verkopen.

In het perceel blauwe bessen ligt een onbeplant vierkant stuk. Daar zou een gebouw mogen komen. Met koelcel, opslag, schuur, theehuisje.. En daarachter bij de blauwe bessen zou je een huis mogen bouwen. Voor iemand die het wil overnemen is dat ideaal. Dan kun je zelf nog bedenken hoe het eruit komt te zien. We lopen langs de ingang, door naar de demonstratiestruiken. Ik zie een druif, kiwi, en bessen.. Dit is om te laten zien hoe je het teelt, aanbindt en snoeit. Een stagiaire onderhoudt het. hier tegenover staat een perceeltje met bladrammenas. Daar zou je groentes kunnen telen.

Langs de poel en door een haag, komen we bij de frambozen en bramen. Het zijn nog maar een paar rijtjes, want het is heel wat extra werk. Na die enorme blauwe bessen oogst is er niet meer zoveel zin om ze te blijven plukken. Maar zelfs nu nog hangen er herfstframbozen. Jammie.

Dan is er nog een heel stuk met de opkweek van bomen. Van klein tot groot, van appel tot noot. Harrie heeft dit jaar geprobeerd een groenbemester onder de boompjes te zaaien. dat ging aardig. Dan houden die plantjes de bodem verder onkruidvrij. Tegen de reeën is er tot metershoog schrikdraad opgehangen. Anders knabbelen die al het groen tot een meter hoogte op. Als ik al die boompjes en struiken zo zie wil ik graag van de winter eens terugkomen om die wat aandachtiger te bekijken. Er staat me daar een variëteit, daar is meer tijd voor nodig. En dan kan ik meteen fruitbomen uitzoeken als cadeau voor m’n schoonmoeder.

Als we de anti-reeën kooi weer uit zijn, zien we dat het hele achterste strookje wat nog binnen de besloten houtwal valt, weiland is. Dat is een stukje voor eventuele uitbreiding van het bedrijf. Er staan nu pinken van een BD veehouder op. Ze geven een fijne energie aan de plek, met hun nieuwsgierigheid en levendigheid.

Bij het vuur hebben we het over loslaten, liefde voor de plek, zorgen en hoop. Harrie en Lucie willen de plek heel graag overdragen. Het liefst willen ze dat de fruitboomkwekerij en blauwe bessenteelt voortgezet wordt. Lucie verwoordt het zo:

“Iemand moet zich kunnen verbinden met het land.”

Iemand hoeft geen boomkweker te zijn of blauwe bessenteler, maar affiniteit daarmee is wel een pré. Verbinding aangaan met de biodynamische landbouw is wel een voorwaarde. De grond is in erfpacht bij Stichting Grondbeheer BD-Landbouw.

Wie wil hier nou niet een bedrijf starten? Iemand die elke dag graag even de stad in fietst zal hier niet op z’n plek zijn. Zwolle, de dichtstbijzijnde grote stad, is toch zo’n vijftig kilometer verderop. Maar mogelijkheden zijn er genoeg. Er ligt 4,2 ha grond klaar voor een nieuw begin. Het is mogelijk om door te gaan met de boomkwekerij en blauwe bessenteelt, of om iets heel anders te beginnen. Ook met een groep mensen of coöperatie kan je het bedrijf overnemen. Door de diverse indeling van het perceel is het goed mogelijk om ieder z’n eigen wens te laten vervullen. Het bedrijf heeft al een goede naam opgebouwd, dus klanten komen al vanzelf.

Wonen op je land is hier mogelijk!  

Maar tot nu toe is het nog niet gelukt om het bedrijf over te dragen. Al zijn ze al wat jaren op zoek. Wat zijn de belemmeringen?
Biologisch fruitboomkweker is een zeldzaam beroep. Als iemand deze tak van het bedrijf wil overnemen, zal er waarschijnlijk een aanzienlijke kennis overdrachtsperiode nodig zijn. Ook de locatie, net naast het dorp Wapserveen, lijkt mensen af te schrikken. Toch is er in Wapserveen heel wat gaande wat betreft duurzame landbouw en eco-projecten. Het Biodynamische zorgbedrijf “Plus boerderij” is nog geen 3 km fietsen en eco-leefgemeenschap De Hobbitstee 6 km. Prima te doen om er even langs te wippen. Op de Hobbitstee zijn er ook pas nieuwe mensen komen wonen en bedrijfjes gestart. Er is vast een samenwerking mogelijk.
Blauwe bessen zijn aan huis te koop of zelf te plukken vanaf half juli. Van maandag t/m zaterdag van 09:00 uur tot 17:00 uur. Eind augustus zijn er ook frambozen en bramen te koop.

Foto: Sake Elzinga

Voor het kopen van fruitbomen kun je op het bedrijf terecht van november t/m april, op vrijdag en zaterdag van 09:00 uur tot 17:00 uur.

Ben je geïnteresseerd geraakt in het bedrijf, of denk je zelfs aan overname?
Neem contact op, ga een keer langs.

www.devrolijkenoot.nl
info@devrolijkenoot.nl
00 31 (0)521 – 321580
Oosterbutenweg 2, Wapserveen

Deelnemers aan dit Boerenvuur:
Harrie en Lucie – zijn eigenaren van De Vrolijke Noot 
Ties Betjes – heeft zelfoogsttuin Ten Boer en is net een ecologische gemeenschap gestart
Gea – is in de maatschap van zorgboerderij De Grote Wiede
Jorinde – loopt stage bij De Vrolijke Noot
Fogelina – heeft vorig jaar stage gelopen bij De Vrolijke Noot om te verkennen of ze het wilde overnemen met haar vriend Andrew. Nu heeft ze een baan bij de universiteit Wageningen.
Jeannine – werkzaam op tuin Salland in Zwolle
Martien Spitzen – ex-veehouder en heeft nu zelfoogsttuin “Heerlijkheid de Hare” in Oldemarkt
Lavinda – doet de Warmonderhof deeltijdopleiding en werkt op dit moment nog als onderzoeker.
Helena, Leon en René – zijn van Stichting Plukken en zoeken een stuk grond van ongeveer 4 ha. rond de stad Groningen.
Stefan Hanstede – heeft samen met Els Hegger “De Mobiele Boer” opgericht. Bij mensen die niet weten wat ze met hun land moeten, houden ze varkens en verbouwen ze eten.
Aafke – werkt bij Bellemarie in Ruinerwold (kruiden en vee) 
Rose – werkt bij een stadstuin in Amsterdam
Mirjam – heeft interesse in permacultuur en voedselbossen en heeft ervaring in haar eigen grote tuin van meerdere hectares.
Gijs Nauta – heeft zelfoogsttuin het proefveld in Haren
Johan – werkt op zorgboerderij De Grote Wiede
Esther – doet deeltijdopleiding op de Warmonderhof en loopt stage bij historische moestuin De Ommuurde Tuin, bij geitenboerderij De Groote stroe en runt met Linde het zelfoogsttuin(tje) De Groentehof