Hieronder vind je alle artikelen in de categorie: Portretten

BoerenVuur! op de Vrolijke Noot

Het is een zonnige dag in oktober. Perfect voor het boerenvuur op de Vrolijke Noot. Lucie en Harrie verwelkomen ons met koffie, thee en heerlijke blauwe bessen cake. We zitten met 17 toekomstboeren om de tafel; bijna allemaal werken we op een biologisch bedrijf. Altijd leuk om nieuwe toekomstboeren te leren kennen. Gedurende de dag haken er steeds meer mensen aan.
DOOR: ESTHER HOFKAMP

De aanwezigen stellen zich aan elkaar voor.  Martien is oud-veehouder in Oldemarkt. Waar eerst koeien graasden, teelt hij nu de groenten voor zijn zelfoogst klanten. Helena, Leon en René willen met stichting Plukken een stuk land vinden (4 ha) vlakbij Groningen waar ze onder andere fruit willen aanbieden. Op de Vrolijke Noot kweken ze alvast hun bomen op. Stefan is een “Mobiele Boer” en produceert voedsel op meerdere stukken ongebruikt land. Fogelina heeft overwogen om De Vrolijke Noot over te nemen, maar heeft daar uiteindelijk toch vanaf gezien. Een lijst van de aanwezigen, met verwijzing naar bedrijf, vind je onderaan.

Harrie en Lucie geven een introductie over het bedrijf en leiden ons rond. De Vrolijke Noot is een divers bedrijf, met voornamelijk teelt van blauwe bessen en een fruitboomkwekerij. Harrie is hier al in 1979 begonnen. Toen plantte hij de eerste blauwe bessen struiken, waarvan er veel nog productief zijn.

We lopen op het gras tussen de rijen met blauwe bessen. Het is herfstig, een enkel subtiel bloemetje laat zien hoe mooi het kan zijn in het voorjaar, als alles in bloei staat. Een struik kan meerdere generaties meegaan, maar om de markt bij te houden planten ze af en toe nieuwe rassen aan. Houtsnippers van snoeiafval leggen ze zoveel mogelijk onder de planten om het schoon te houden. Maar dit is vooral bij de jonge aanplant van belang. Onder de oudere struiken maaien ze eens per jaar. Het plukken van de bessen in de zomer is het meeste werk. Hiervoor nemen ze scholieren of andere plukkers in dienst. De meeste blauwe bessen gaan vervolgens naar de groothandel, want de productie is nogal wat hoger dan je aan huis kan verkopen.

In het perceel blauwe bessen ligt een onbeplant vierkant stuk. Daar zou een gebouw mogen komen. Met koelcel, opslag, schuur, theehuisje.. En daarachter bij de blauwe bessen zou je een huis mogen bouwen. Voor iemand die het wil overnemen is dat ideaal. Dan kun je zelf nog bedenken hoe het eruit komt te zien. We lopen langs de ingang, door naar de demonstratiestruiken. Ik zie een druif, kiwi, en bessen.. Dit is om te laten zien hoe je het teelt, aanbindt en snoeit. Een stagiaire onderhoudt het. hier tegenover staat een perceeltje met bladrammenas. Daar zou je groentes kunnen telen.

Langs de poel en door een haag, komen we bij de frambozen en bramen. Het zijn nog maar een paar rijtjes, want het is heel wat extra werk. Na die enorme blauwe bessen oogst is er niet meer zoveel zin om ze te blijven plukken. Maar zelfs nu nog hangen er herfstframbozen. Jammie.

Dan is er nog een heel stuk met de opkweek van bomen. Van klein tot groot, van appel tot noot. Harrie heeft dit jaar geprobeerd een groenbemester onder de boompjes te zaaien. dat ging aardig. Dan houden die plantjes de bodem verder onkruidvrij. Tegen de reeën is er tot metershoog schrikdraad opgehangen. Anders knabbelen die al het groen tot een meter hoogte op. Als ik al die boompjes en struiken zo zie wil ik graag van de winter eens terugkomen om die wat aandachtiger te bekijken. Er staat me daar een variëteit, daar is meer tijd voor nodig. En dan kan ik meteen fruitbomen uitzoeken als cadeau voor m’n schoonmoeder.

Als we de anti-reeën kooi weer uit zijn, zien we dat het hele achterste strookje wat nog binnen de besloten houtwal valt, weiland is. Dat is een stukje voor eventuele uitbreiding van het bedrijf. Er staan nu pinken van een BD veehouder op. Ze geven een fijne energie aan de plek, met hun nieuwsgierigheid en levendigheid.

Bij het vuur hebben we het over loslaten, liefde voor de plek, zorgen en hoop. Harrie en Lucie willen de plek heel graag overdragen. Het liefst willen ze dat de fruitboomkwekerij en blauwe bessenteelt voortgezet wordt. Lucie verwoordt het zo:

“Iemand moet zich kunnen verbinden met het land.”

Iemand hoeft geen boomkweker te zijn of blauwe bessenteler, maar affiniteit daarmee is wel een pré. Verbinding aangaan met de biodynamische landbouw is wel een voorwaarde. De grond is in erfpacht bij Stichting Grondbeheer BD-Landbouw.

Wie wil hier nou niet een bedrijf starten? Iemand die elke dag graag even de stad in fietst zal hier niet op z’n plek zijn. Zwolle, de dichtstbijzijnde grote stad, is toch zo’n vijftig kilometer verderop. Maar mogelijkheden zijn er genoeg. Er ligt 4,2 ha grond klaar voor een nieuw begin. Het is mogelijk om door te gaan met de boomkwekerij en blauwe bessenteelt, of om iets heel anders te beginnen. Ook met een groep mensen of coöperatie kan je het bedrijf overnemen. Door de diverse indeling van het perceel is het goed mogelijk om ieder z’n eigen wens te laten vervullen. Het bedrijf heeft al een goede naam opgebouwd, dus klanten komen al vanzelf.

Wonen op je land is hier mogelijk!  

Maar tot nu toe is het nog niet gelukt om het bedrijf over te dragen. Al zijn ze al wat jaren op zoek. Wat zijn de belemmeringen?
Biologisch fruitboomkweker is een zeldzaam beroep. Als iemand deze tak van het bedrijf wil overnemen, zal er waarschijnlijk een aanzienlijke kennis overdrachtsperiode nodig zijn. Ook de locatie, net naast het dorp Wapserveen, lijkt mensen af te schrikken. Toch is er in Wapserveen heel wat gaande wat betreft duurzame landbouw en eco-projecten. Het Biodynamische zorgbedrijf “Plus boerderij” is nog geen 3 km fietsen en eco-leefgemeenschap De Hobbitstee 6 km. Prima te doen om er even langs te wippen. Op de Hobbitstee zijn er ook pas nieuwe mensen komen wonen en bedrijfjes gestart. Er is vast een samenwerking mogelijk.
Blauwe bessen zijn aan huis te koop of zelf te plukken vanaf half juli. Van maandag t/m zaterdag van 09:00 uur tot 17:00 uur. Eind augustus zijn er ook frambozen en bramen te koop.

Foto: Sake Elzinga

Voor het kopen van fruitbomen kun je op het bedrijf terecht van november t/m april, op vrijdag en zaterdag van 09:00 uur tot 17:00 uur.

Ben je geïnteresseerd geraakt in het bedrijf, of denk je zelfs aan overname?
Neem contact op, ga een keer langs.

www.devrolijkenoot.nl
info@devrolijkenoot.nl
00 31 (0)521 – 321580
Oosterbutenweg 2, Wapserveen

Deelnemers aan dit Boerenvuur:
Harrie en Lucie – zijn eigenaren van De Vrolijke Noot 
Ties Betjes – heeft zelfoogsttuin Ten Boer en is net een ecologische gemeenschap gestart
Gea – is in de maatschap van zorgboerderij De Grote Wiede
Jorinde – loopt stage bij De Vrolijke Noot
Fogelina – heeft vorig jaar stage gelopen bij De Vrolijke Noot om te verkennen of ze het wilde overnemen met haar vriend Andrew. Nu heeft ze een baan bij de universiteit Wageningen.
Jeannine – werkzaam op tuin Salland in Zwolle
Martien Spitzen – ex-veehouder en heeft nu zelfoogsttuin “Heerlijkheid de Hare” in Oldemarkt
Lavinda – doet de Warmonderhof deeltijdopleiding en werkt op dit moment nog als onderzoeker.
Helena, Leon en René – zijn van Stichting Plukken en zoeken een stuk grond van ongeveer 4 ha. rond de stad Groningen.
Stefan Hanstede – heeft samen met Els Hegger “De Mobiele Boer” opgericht. Bij mensen die niet weten wat ze met hun land moeten, houden ze varkens en verbouwen ze eten.
Aafke – werkt bij Bellemarie in Ruinerwold (kruiden en vee) 
Rose – werkt bij een stadstuin in Amsterdam
Mirjam – heeft interesse in permacultuur en voedselbossen en heeft ervaring in haar eigen grote tuin van meerdere hectares.
Gijs Nauta – heeft zelfoogsttuin het proefveld in Haren
Johan – werkt op zorgboerderij De Grote Wiede
Esther – doet deeltijdopleiding op de Warmonderhof en loopt stage bij historische moestuin De Ommuurde Tuin, bij geitenboerderij De Groote stroe en runt met Linde het zelfoogsttuin(tje) De Groentehof 

Gosse de microfarmer

“Iedereen die dat wil kan op deze manier een tuinbouwbedrijfje starten”

Na vier jaar hard werken als sociaal tuinder gooit Gosse Haarsma het over een andere boeg: microfarming. Geïnspireerd door het boek ‘The Market Gardener’ start hij deze herfst met een intensieve kas en tuin, waarmee hij wil laten zien dat het mogelijk is een boterham te verdienen in de kleinschalige tuinbouw. Zonder bijverdiensten uit zorg of educatie.
DOOR: KLARIEN KLINGEN & ANNE CARL | FOTO’S: GOSSE HAARSMA

In 2013 begon toekomstboer Gosse aan de rand van een nieuwbouwwijk van Leeuwarden zijn tuin Âsum (zeg “awesome”). Hij wilde de mensen uit de wijk laten zien hoe duurzaam voedsel groeit en werkte daarom met het zelfoogstsysteem. Het stuk land kwam van de gemeente. Hoe hij dat regelde? “Ik stelde me bij de gemeente voor als stadsboer. Ik werkte twee jaar bij Doarpstún Snakkerbuorren om ervaring op te doen. Ik verdiende er niets mee, het was vrijwilligerswerk, maar ik was fulltime bezig met het vak. Misschien kwam dat betrouwbaarder over dan ‘een idee’. Er zijn zoveel ideeën. Ik zei, ik ben zelfstandig ondernemer, het is mijn risico, je hoeft verder niets te doen. Ik hoef geen geld, ik wil alleen een plekje, dan red ik me wel.” Aan het eind van het eerste jaar had de tuin 70 leden. Het jaar daarop waren dat er 100.

© Hoge Noorden / Jacob van Essen
foto dd 26-09-2013
Volkstuin in Techum
met oa Gosse Haarsma de tuinman
Gemeente Leeuwarden

Er waren flink wat opzeggingen aan het eind van het tweede jaar. “Achteraf hoorde ik van andere tuinen dat een verloop van 20 of 30 procent vrij normaal is. Maar dat wist ik toen nog niet. Ik dacht: Oh jee, wat erg, hier moet wat veranderen!” Hij deed zijn prijs omlaag: 200 euro per persoon per jaar veranderde hij naar een systeem met ‘oogstaandelen’, waarin je voor 175 euro per persoon vijf dagen in de week ervan kon eten, of met zijn tweeën twee dagen. Gosse: “Op zich was dit systeem wel eerlijker. Probleem was alleen dat de oorspronkelijke leden nu ineens zeiden ‘oh maar dan kopen we samen ook één oogstaandeel, want we eten er toch niet elke week van’.” Dat werden dus minder inkomsten, bovendien bleek de prijsverlaging niet te helpen om de mensen uit de naastgelegen nieuwbouwwijk over de streep te trekken. “Toen ben ik ook aan restaurants gaan leveren.” Dat werkte goed, er was vraag naar. Alleen was het soms wel lastig. “Dan had ik bijvoorbeeld veertig kroppen sla, die ik allemaal wel aan een restaurant kwijt kon. Maar ik vroeg me af: komen er ook nog zelfoogstklanten? Dan liet ik tien kroppen staan. Maar als het dan een beetje regenachtig was kwam er niemand en stonden die kroppen sla, die ik had kunnen verkopen, door te schieten!” Vanaf het vierde jaar leverde Gosse daarom alleen nog maar aan restaurants. Om dat goed te kunnen blijven doen had hij echter ruimte nodig om te koelen en te wassen. Dat was daar niet te realiseren, dus zocht hij een nieuwe locatie. “Deze herfst begin ik op het land van een moeder en twee broers van mijn leeftijd. Het is een klompenmakersfamilie. Ze breiden het klompenmuseum dat ze hebben nu uit met en een fierljepmuseum en een fierljep-polder. Een groentetuin past daar mooi bij.”

Hij heeft het land al zwart laten maken, een kas besteld en verschillende apparaten, zoals een zaaimachine, een wielschoffel en een handgeduwde onkruidbrander en ook een Coolbot waarmee hij zelf een koelcel kan bouwen. Ook kocht hij bijzondere machines speciaal voor de kleinschalige tuinbouw zoals de quick greens harvester, een tilther (een minifrees) en een  paperpot transplanter. Die laatste is “Een uitvinding die nog maar net op de markt is.”

Een deel van het geld om deze investeringen te kunnen doen heeft hij geleend, een deel komt van oude kas op de vorige tuin, die hij aan de gemeente heeft kunnen verkopen. Op zoek naar manieren om efficiënter te kunnen oogsten en bezorgen, stuitte hij op het boek The Market Gardener. Daarin wordt een Canadees bedrijf beschreven dat met drie fulltime en twee seizoenskrachten een omzet heeft van 150.000 Canadese dollars, op één hectare. “Het mooie van microfarming is dat het veel toegankelijker is dan grootschalige monocultuur landbouw. Iedereen die dat wil kan op deze manier een tuinbouwbedrijfje starten.” Dat leerde hij ook van de YouTube-filmpjes van Curtis Stone, die een tuinderij begon in zijn achtertuin midden in de stad. “Niet met gewone broccoli en bloemkool maar met producten die een hele hoge opbrengst hebben. Hij gebruikt precies dezelfde technieken, alleen kleinschaliger. Dat vind ik zo inspirerend. In Amerika heeft microfarming zich echt al bewezen, het is daar een hele beweging aan het worden: mijn vriendin volgt op Instagram wel dertig van dat soort bedrijven! Zou het niet prachtig zijn als dat in Nederland ook zou kunnen?”

Zijn idealen zijn na vier jaar ervaring als stadstuinder onveranderd: hij wil nog steeds graag aan mensen laten zien waar hun voedsel vandaan komt. De manier waarop hij dat wil bereiken is wel anders: “We hebben nu een kindje. Als ik zestig uur in de week van huis ben, dan wil ik in die tijd wel graag een eerlijke boterham verdienen.” Het educatieve aspect hoeft volgens Gosse niet perse via zelfoogst of stadslandbouw te zijn. “Ik wil graag filmpjes gaan maken over mijn nieuwe werkwijze en op die manier educatief bezig zijn. Als ik een mooi lokaal zakje bladsla produceer en dat staat bij een familie ergens in de stad op de tafel en ze zeggen ‘wat heerlijk, en het is een kwartiertje buiten de stad geproduceerd!’, dan heeft dat voor mij dezelfde sociale en educatieve waarde als dat mensen uit het raam naar een stadstuin kijken.”

Op een bijeenkomst voor ondernemers in de stadslandbouw, waar hij aan deelnam, was de heersende consensus dat er geen geld verdiend kan worden in de stadslandbouw zonder aanvullende inkomsten uit zorg, workshops, educatie enz. “Dat wil ik dus niet, want dan kan ik net zo goed gewoon in de zorg gaan werken! Ik wil groenteproducent zijn, maar wel kleinschalig. Dat moet toch kunnen?”

Dit Toekomstboeren artikel verscheen in de september uitgave Ekoland

 

Eko-boerderij De Eerste

‘Het enige wat wij doen is een open houding aannemen.’

De vorige keer dat ik op EKO-boerderij De Eerste (Marknesse, Noordoostpolder) kwam, probeerde ik alles te snappen. Wie doet wat? Welke tak van het bedrijf neemt welke plek in? Dit keer heb ik dat helemaal losgelaten. Er werken hier te veel mensen in te veel verschillende disciplines om het überhaupt te kúnnen begrijpen als je slechts op bezoek komt. DOOR: KLARIEN KLINGEN

Als ik ’s ochtends aankom staan er al negen auto’s op het erf. Ons gesprek gaat vooral over de mensen die hier werken en werkten. Gerrit Marsman (59): “Met de groenten zijn we eigenlijk begonnen door een buurvrouw. Zij had worteltjes gerooid bij de buurman, een andere buurman, en vond dat leuk. Toen we met elkaar aan de koffie zaten en ze uitsprak dat ze eigenlijk wel wat met groente wilde, zei ik: ‘Nou, dan pak je een stuk grond en dan begin je. Dat kunnen wij in de winkel proberen te verkopen’. Annemieke is dat. Ze is inmiddels in de zestig, maar regelt nog altijd onze groentehoek in de winkel. Al verbouwt ze zelf nauwelijks groente meer, ze is overgestapt op bloemetjes en planten, dat vindt ze leuker”.

Kazen worden gedraaid op Eko-boerderij De Eerste. Foto: Dick Boschloo

Zo lopen er flink wat mensen rond op De Eerste. Velen werken parttime, naast andere activiteiten. Over iedereen vertelt Gerrit levendige verhalen. Waar ze vandaan komen en wat ze nog meer doen. Over Retmer bijvoorbeeld: ”Retmer werkt de andere drie dagen bij mijn schoonzoon waar hij tuinbouw gaat doen. Mijn schoonzoon is net een jaar aan het melken in Heino”. Of over Erik Lukas (“dat is zijn achternaam, Lukas”) en Paola, die parttime op De Eerste werken. “Die hebben samen een bunder grond, die ze zelfstandig bewerken. Maar ze liften met ons mee voor de afzet.” Een van Gerrits pareltjes, waar hij met glunderende ogen over vertelt, is de Roemeense Nelu Marincas, die net als vele andere Roemenen als seizoenswerker ervaring opdeed op De Eerste. Hij heeft daarna vanuit het niets als boer-loonwerker kunnen starten en kan nu zijn gezin al jaren prima onderhouden.

De mensen rondom Gerrit lijken allemaal ondernemende types. Niet voor niets, denk ik. Gerrit: “Ik vind het mooi als iemand initiatief neemt, iets wil opstarten, zelfstandig worden. Dat is de basis. Het enige wat wij doen is een open houding aannemen en ruimte creëren om mensen kansen te geven en een tijdje mee te lopen.” Soms leent hij hen starters geld. Soms huren of pachten ze land bij hem of beginnen ze hun bedrijfje bij hem in de schuur. Voor Gerrit zit het plezier ‘m vooral in het meedenken. “Als iemand met een plan komt en daarover wil sparren, dat vind ik machtig mooi.”

Gerrit Marsman Eko-boerderij De Eerste Marknesse
Gerrit Marsman. Foto: Dick Boschloo

De ultieme vorm van samenwerken is voor Gerrit dat je de opbrengst met elkaar deelt gebaseerd op de uren die je maakt. “De resultaten delen, zowel positieve als negatieve. Dat is de gedachte.” In de praktijk zijn het op De Eerste vooral zelfstandige kleinschalige ondernemingen, die heel goed met elkaar samenwerken. Toch zijn er ook nog twee mensen met wie Gerrit in maatschap is, waar wel een financiële verdeling naar uren wordt gehanteerd. Hoe dat bevalt? “Je moet wat van elkaar kunnen accepteren. Je moet nooit van een ander verwachten wat je zelf doet. Iedereen heeft andere kwaliteiten.” Als voorbeeld noemt hij iemand die anderhalf keer langer over een bezorgroute doet dan een ander. “Maar dan blijkt dat hij onderweg met iedereen aan het kletsen is en dat die mensen dan op zaterdag bij ons langskomen en een mooie middag hebben. Dat is goud waard.”

Jongvee op Eko-boerderij De Eerste eet versgemaaid grasklaver. Foto: Dick Boschloo
Jongvee op Eko-boerderij De Eerste eet versgemaaid grasklaver. Foto: Dick Boschloo

 

 

 

Dit verhaal is eerder verschenen in onze publicatie Land: ruimte voor nieuwe boeren.  Je kunt hem hier bestellen.

Jacob Beeker en Linda Heemskerk

Boer en boerin zonder boerderij

Aan Jersey-stierkalfjes zit zo weinig vlees, dat ze normaalgesproken kort na hun geboorte als slachtafval worden afgevoerd. “Dat moet anders!”, dachten Jacob Beeker (41) en Linda Heemskerk (36). Al hadden ze geen land, ze besloten de stieren groot te brengen en het vlees te vermarkten. 
DOOR: CAREN KRUL EN ELLEN WINKEL
FOTO’S: JACOB BEEKER

Daar staan we dan, voor de deur van een ‘gewoon’ rijtjeshuis, met onze zelfgebakken taart. We gingen toch een boer interviewen? Maar Jacob en Linda hebben nog geen boerderij. Hun vier koeien en zestig stiertjes lopen 10 kilometer verderop op weilanden van Het Utrechts Landschap en van Landgoed Vollenhoven in De Bilt. Het prachtige kwaliteitsvlees verkopen ze aan restaurants, natuurvoedingswinkels en via crowdfunding aan particulieren.

Jacob Beeker en Linda Heemskerk met kinderen en Jerseystier
Jacob Beeker en Linda Heemskerk met kinderen en Jerseystier

Jacob vertelt in de woonkamer: “Ik had iets met dieren, al van jongs af aan. En trekker rijden vond ik ook mooi. Daarom ging ik naar de gangbare middelbare en vervolgens hogere landbouwschool, al hadden we thuis geen boerderij. Ik heb stage gelopen bij Jan Dirk van de Voort (van de inmiddels beroemde Remeker kaas). In die tijd was dat nog een gangbaar melkveebedrijf, wel al met de kleine Jersey koeien.”

Na zijn opleiding werkt Jacob acht jaar in de automatisering. “Het was een goede baan, maar ik werd er slap van. Het kriebelde: ik wilde boer worden.” Bijna had hij met Linda een boerderij in Frankrijk overgenomen, maar uiteindelijk besluiten ze in Nederland te blijven. Ook Linda gaat stage lopen bij Jan Dirk en Irene van de Voort. Dat is in de tijd dat de stierenpremie eraf gaat. Jersey stiertjes zijn klein, niemand wil die magere scharminkels hebben. Met ontzetting en ongeloof komt Linda thuis: als ze willen, kunnen ze gaan ‘boeren’ in Nederland met stiertjes die ze van Remeker voor niks kunnen krijgen! In 2011 besluiten Jacob en Linda er werk van te maken. Ze gaan op zoek naar land en afzet. Een aantal stierkalfjes brengen ze onder bij zorgboerderijen. Bij een bijeenkomst in Amersfoort neemt Jacob een kalf mee de zaal in. “Je moet soms iets geks verzinnen om aandacht te krijgen.” De ludieke actie levert niet alleen vleesafnemers op, maar ook vier hectare braakliggende grond van de gemeente Amersfoort, ooit bedoeld voor woningbouw. Linda: “Je krijgt de grond dan wel voor niets, maar vergeet niet dat je hoge kosten hebt aan een goede omheining (ook om de honden buiten te houden) en dat je veel tijd kwijt bent aan voorlichting aan omwonenden en aan heen en weer reizen.”

Jerseystiertjes(1)

Jacob weet dat Landgoed Vollenhoven groentepakketten aanbiedt en belt met de vraag of ze ook vleespakketten willen verkopen. “Vlees wilden ze niet, maar ze bleken wel land over te hebben. We mochten een paar stiertjes in het weitje voor het grote huis laten lopen.” De mooie Jersey kalveren trekken de aandacht. Jacob zorgt goed voor het landgoed door bijvoorbeeld de paden niet kapot te rijden en de afrastering goed bij te houden. Bij evenementen op het landgoed maait hij netjes een stuk wei als parkeerplaats. Zo wint hij vertrouwen en krijgt het aanbod om alle 23 hectare van het landgoed te pachten voor gemiddeld 125 euro per hectare, deels natuurland. Linda vertelt: “Laatst hebben we een deel van de wei niet gemaaid, omdat er nog reekalfjes zaten. Ook onze kalfjes verstoppen zich graag in het lange gras. Niet maaien betekent minder grasopbrengst, maar we kiezen voor de natuur.” Ze krijgen een goede naam en daar rolt een pachtcontract met Het Utrechts Landschap uit: tien hectare natuurgrond voor nabeweiding (€25 per ha, beschikbaar van sept t/m april). Een boswachter van een ander gebied heeft aangegeven ook grond beschikbaar te willen stellen zodra die vrijkomt. Komen deze lappen grond zomaar aangewaaid? Nee, het heeft wel degelijk een lange adem gekost. “Je moet netwerken en aan iedereen laten weten dat je grond zoekt. Na 1 of 2 jaar komt er dan wel wat.”

Jerseystiertjes(3)

Maar uiteindelijk willen ook deze boer en boerin graag met hun kinderen op een boerderij wonen, dichtbij hun vee. En dat is nog wel een uitdaging. “Er stoppen veel boeren, maar vaak wordt het land aan de buren verkocht en blijft de boer zelf in de boerderij wonen.” En als er een locatie beschikbaar is, hikken Jacob en Linda tegen de financiering aan. Triodos Bank wil hen geen lening geven. Jacob: “Banken denken vanuit maatstaven voor standaard landbouwbedrijven. Maar wij hebben geen vleesvee en ook geen melkvee; we maken vleesvee van melkvee. We hopen op korte termijn een andere bank mee te krijgen, want we hebben een goed plan. Enkele particulieren willen ons ook geld lenen.” Linda: “De waarde van ons bedrijf zit niet in de dieren, maar in ons concept, waarmee we iedereen recht in de ogen kunnen kijken.”

Dit verhaal is eerder verschenen in onze publicatie Land: ruimte voor nieuwe boeren.  Je kunt hem hier bestellen.

RSS
Facebook2k
Twitter
LINKEDIN

Permacultuurtuinderij De Veldhof

Een nieuwe CSA in Gorssel

Genesteld in een bosrijke omgeving nabij Deventer, steekt een drietal hoofden net boven de groentes uit. Op deze 1,7 hectare Gorsselse grond is sinds deze zomer één van de eerste permacultuurtuinderijen in Nederland opgezet. We zijn op bezoek bij permatuinders Valérie van Dijck, Frans Kaal en Meike Gottenbos.
DOOR: MALI BOOMKENS EN HENK ESHUIS

Tijdens verschillende basiscursussen en jaartrainingen kwamen Meike en Valérie in aanraking met de beginselen van de permacultuur. Een jaar geleden volgden ze beide de reizende permacultuuropleiding bij Taco Blom, een vervolgopleiding die meer gericht is op werken met permacultuur op een wat grotere en professionelere schaal. In deze periode wordt Taco benaderd door enkele bewoners uit Gorssel (gemeente Lochem) die het idee opperen voor een permacultuurtuinderij en hem om advies vragen. Taco grijpt deze kans om zijn leerlingen hier bij te betrekken en vraagt Meike en Valérie na de opleiding of ze gelijk aan de slag zouden willen. Deze uitdaging willen ze maar al te graag aangaan. Valérie: “Het klonk zo fantastisch want hij begeleidt het ook. Dat maakt ook een heel groot verschil, want dan is het bijna een cadeautje voor ons om zoveel van Taco te mogen leren.”

Jarenlang zit Valérie op kantoor, maar ontdekt ze gaandeweg dat ze haar ei beter kwijt kan in permacultuur en eetbare tuinen in Den Haag. Ze stelt zich in eerste instantie helemaal niet voor om er haar werk van te maken, maar nu staat ze toch ineens als permacultuurpionier aan de start van het uitdagende project ‘De Veldhof’. Naast de tuinderij doet ze het secretariaat van Permacultuur School Nederland. Ze hoopt na haar verhuizing naar een dorpje nabij Deventer haar passie voor eetbare tuinen verder te kunnen ontwikkelen.

Portret van Frans, Valérie en Meike (v.l.n.r.)
Frans, Valérie en Meike (v.l.n.r.). Foto: Janet Ossebaard

Meike heeft haar passie voor gezond voedsel, duurzaamheid en lokale zelfvoorziening geleidelijk zien groeien. Na te hebben gewerkt in een natuurvoedingswinkel, vertrekt ze voor een tijd naar een woon-werkgemeenschap in Frankrijk. Eenmaal terug in Nederland wordt ze medebeheerder van een buurtmoestuin in Delfgauw, werkt ze bij een stadsboerderij en raakt ze betrokken bij verschillende lokale voedselinitiatieven. Meike: “De Veldhof sluit zo mooi aan op het voorgaande en staat dichtbij mijn idee over het vormgeven van een voedselsysteem dat beter en eerlijker is voor mens en natuur.”

Pas wat later komt Frans in beeld. In een lokaal krantje leest hij een oproep voor geïnteresseerden in het opzetten van een permacultuurtuinderij in Gorssel. Frans: “Dat was meteen een vonk die oversprong. Ik ging rondkijken hier in de buurt bij een aantal boeren die ik ken op de Enk van wie ik wist dat ze wel interesse hadden.” Zijn zoektocht naar grond wordt al snel opgepikt door anderen in de omgeving en leidt tot de vondst van een paardenwei waarvan de eigenaar wel te porren is voor zo’n initiatief. Niet lang daarna voegt Frans zich bij het team van Valérie, Meike en Taco. Het is een ideale plek voor hem om zijn ecologische kennis op te bouwen met zulke ervaren permaculturisten aan zijn zijde.

Frans is een local met een grote voorliefde voor alles wat met natuur te maken heeft. Frans: “Als kleuter was ik al stekjes aan het maken om weg te geven, dus dat is gewoon genetisch al vastgelegd. Ik heb me er al heel lang onprettig bij gevoeld dat ik niet in het groen zat.” Na vijf jaar de mariniersopleiding te hebben gevolgd, besluit hij dan ook naar zijn tintelende groene vingers te luisteren. Frans doorloopt verscheidene groene beroepen en is nu de trotse mede-oprichter van De Veldhof.

STEUN VAN VERSCHILLENDE KANTEN. De permacultuur-coöperatie heeft het land voor tien jaar gepacht, waarna zij waarschijnlijk recht op koop zal hebben. Frans, Valérie en Meike kunnen met een lening van de coöperatie een fijne start maken en mogen het land blijven gebruiken voor zolang zij willen. Valérie: “Ik hoop dat dit voor altijd is en dat is ook onze intentie. Daarom hebben we het onder de coöperatie gebracht, want dan is de continuïteit gewaarborgd.”

De Veldhof is niet het enige bedrijf dat bij de permacultuur-coöperatie is aangesloten. Zo zijn onder anderen Linder van den Heerik en Alex Schreiner net begonnen in Sint-Oedenrode, Bregje Hamelynck in Sijbrandaburen en Marcel en Cissy Singerling in Emst. Hun verbondenheid met de coöperatie heeft als voordeel dat ze elkaar kunnen steunen. Het is uiteindelijk dan ook de bedoeling dat ze gezamenlijk zaden, planten en bomen inkopen.

Behalve steun vanuit de coöperatie, lijkt het alsof Frans, Valérie en Meike alleen maar geluk komt toewaaien met lokale steun die ze van alle kanten ontvangen. Zo worden hen om de haverklap giften van omwonenden aangeboden, zoals zaden en een wielschoffel. Daarnaast woont een gemeenteraadslid alle vergaderingen van de tuinderij bij en wil de gemeente lokale initiatieven nu een podium geven, waarvan De Veldhof de eerste zal zijn. Valérie: “We voelen ons wel welkom.”

ONTWERP EN START.  De tuinderij zal uiteindelijk ingericht worden naar voorbeeld van Samenland, de tuinderij van Taco in Sint-Truiden (België). Het wordt dus geen voedselbos maar een tuinderij met bosranden. Op dit moment staan er alleen eenjarigen en is het nog geen permacultuursysteem. De toekomstige bosranden zijn nu al wel zichtbaar door de boompalen waar dit najaar in totaal 75 fruitbomen zoals appels, pruimen en peren gepoot zullen worden. Daarnaast komen onder andere bessen en bramen om de bosrand compleet te maken.

Na de eerste drie randen is er midden op het terrein een aarden wal. Die zal gaan fungeren als zone 5, een onbeheerd strookje natuur waarop Gorsselse hei komt te groeien op relatief veel zuurdere grond. Op deze manier wordt een microklimaat gecreëerd dat weer gunstig is voor de rest van de tuinderij. Achter de wal komen dan nog eens twee à drie bosranden.

Voor De Veldhof, stond hier zo’n vier jaar lang grasklaver – al een fijne start voor de bodemvruchtbaarheid. De eerste 30 tot 35 centimeter van de bodem is zwarte grond en daaronder bevindt zich kaal zand. De grasklaver is met de rest van de begroeiing in de eerste 10 centimeter gefreesd. Vervolgens is er zo’n 90 ton compost aangebracht op het eerste gedeelte naar behoefte van de eenjarige aanplant. Later komt er nog eens 90 ton compost bij voor het achterste gedeelte. Daarna zou de bodemvruchtbaarheid behouden kunnen worden door enkel het inzaaien van groenbemesters, mulching en compostering.

Om de tuinderij is ook een hoog hek gezet tegen wilde dieren zoals reeën en konijnen. Frans: “Als er straks ook kippen komen, wordt het een grotere uitdaging om de marters en vossen buiten te houden.” Die kippen moeten straks ook mee gaan helpen in de tuin door bijvoorbeeld een deel van het groenafval te composteren. Valérie: “Wat we ook willen, is de deelnemers bewustmaken van het hele proces, dat ze hun groente- en fruitresten weer terug kunnen geven aan ons waarna wij ze in de kippenren kunnen doen.”

Foto: Janet Ossebaard
Foto: Janet Ossebaard

 

EEN GOEDE START. Er is doorgerekend dat er met zes volledige dagen werk op het land maximaal 230 mensen in totaal gevoed kunnen worden. Daarbij is het fruit dat er in de toekomst bij komt nog niet meegerekend. Frans, Valérie en Meike steken elk twee dagen per week van maandag tot en met vrijdag hun handen uit de mouwen op het veld. Elke woensdag is het oogstdag en zijn er twee mensen aanwezig. De tuinders werken op basis van CSA (Community Supported Agriculture), maar in dit geval hebben de deelnemers zich niet zelf verenigd, maar is de CSA ondergebracht bij de coöperatie. Een half jaar geleden was de stap namelijk nog te groot voor veel lokale bewoners om zich te abonneren op een groentepakket. Na echter een succesvolle ontwerpdag in juni, waarbij alle aanwezigen mee mochten denken over het uiteindelijke permacultuurontwerp van de tuin, en een plantdag in juli waarop 10.000 plantjes met hulp van vrijwilligers geplant zijn, lijkt veel vertrouwen gewonnen te zijn. Rond de opening op 1 september 2015 beginnen ze met vijftig abonnees – waarmee alle onkosten al gedekt zijn – en druppelen er sindsdien steeds meer binnen. Valérie: “Elke nieuwe abonnee betekent salaris.”

Elke maand wordt er gekeken hoeveel er binnenkomt via de abonnees en andere inkomstenbronnen; het geld wordt verdeeld over de medewerkers. Binnenkort kan er ook al begonnen worden met het afbetalen aan de permacultuurcoöperatie. Ook dat is te overzien: gespreid over vijf jaar betalen en dat verdeeld over drie personen. Valérie: “Het is een heel fijn gevoel dat je gesteund wordt door een coöperatie. Uiteindelijk hebben zij ook het vertrouwen in ons, want zij zijn eindverantwoordelijk.”

TOEKOMSTDROMEN. In de nabije toekomst hoopt de tuinderij ook aan restaurants af te kunnen zetten. Hiervoor zijn de eerste contacten al gelegd. Frans: “Dat is ook iets wat nu heel erg speelt in de regio, eetcafé’s of restaurants die zich echt willen profileren met lokale producten.” Daarnaast is er het idee om houdbare producten bij De Nieuwe Band in te kopen en deze ook aan de abonnementhouders aan te bieden. Zo kunnen ze tegen inkoopprijs het totaalpakket krijgen met op den duur ook het fruit erbij.

Uiteindelijk dromen Frans, Valérie en Meike van een hof van Eden waar gezond voedsel, kennisuitwisseling, zorg, ontspanning en verbinding binnen de gemeenschap hand in hand gaan. Meike: “En ik hoop natuurlijk dat we andere mensen ook kunnen inspireren om zoiets op te zetten, want dat is hard nodig en het geeft veel voldoening.”

 

Dit artikel is eerder verschenen in het Permacultuur Magazine Nr 1.

Meer weten? Kijk op tuinderijdeveldhof.nl, www.facebook.com/tuinderijdeveldhof, en samenland.be.

RSS
Facebook2k
Twitter
LINKEDIN