Ekoboerderij Arink

 

We vragen ons af of we wel goed rijden, maar dan zien we haar: de koe van de foto. Met prachtige hoorns en met vier kalfjes bij zich in de wei. Diep in de Achterhoek, zijn we aangeland bij Ekoboerderij Arink. Er is veel te zien, van een kaasmakerij boven in de stal tot een gastenverblijf in de voormalige hooiberg. Daarbij is alles gericht op het sluiten van de lokale kringloop.
DOOR: KLARIEN KLINGEN, ESTHER HOFKAMP, ROOS KOORING

Terwijl we wachten tot John klaar is met een koe in de bekapbox, zien we hoe zijn vrouw Liane met een pallet op een kar in de weer is. Ze geeft ons een hand maar is dan weer druk en laat John het verhaal doen. Daar blijkt dan ook zijn hart te liggen, met veel enthousiasme en passie vertelt hij over het bedrijf. Hoe ze begonnen, dertig jaar geleden. Meteen biologisch. “Ik was getriggerd door de heren van Te Voortwis in Winterswijk en Gerrit Marsman van De Eerste. Die laatste kon zijn verhaal zo mooi vertellen, dat ik na een excursie bij hem dacht: zo gaan wij dat hier ook doen.” Afzet was er nog niet, dus de eerste vijf jaar hebben ze ‘sluimerend’ biologisch geboerd.

“Sinds ik van school af ben, begon er voor mij een hele lange grote vakantie en die duurt nog steeds voort.”

Vanaf 1996 ontstond er voldoende vraag en ging het bergopwaarts. De belangrijkste drijfveer voor John is zelfvoorzienend zijn. “Dat de boerderij op zichzelf kan functioneren. Zo denk ik dat de landbouw in elkaar moet zitten: dat het komt van het stuk grond waar je op boert, en dat je niet af hankelijk bent van allerlei inputs.” Al het krachtvoer wordt dan ook zelf geteeld: haver en rogge gemengd met erwten en bonen. “Wij zijn voor 99 procent zelfvoorzienend met voer, inclusief krachtvoer,” zegt hij niet zonder trots. Samen met Milieudefensie, Aurora, en de collega boeren bij Aurora doen de Arinks mee in de campagne ‘Allemaal Lokaal’. Die campagne is erop gericht om consumenten te laten zien dat je ook zonder soja-import melk en vlees kunt produceren. “Er zijn biologische boeren die met heel veel geïmporteerd krachtvoer toch biologische melk produceren. Het is altijd een beetje de vraag in hoeverre consumenten geïnformeerd zijn over wat ze kopen. Milieudefensie is nu druk bezig om die informatie aan de consument te verstrekken. Ik vind het een prettige organisatie, waar we goed mee kunnen samenwerken.”

De huiskavel omvat 30 ha, daarnaast wordt 65 hectare land van Natuurmonumenten gepacht. Een deel is akkerland op traditionele zwarte esgronden, waar in rotatie graan, grasklaver, en een hakvrucht, aardappel of zonnebloemen, wordt geteeld. De samenwerking met Natuurmonumenten is goed, onlangs is er nog 13 ha land vanuit hen bijgekomen. “Het combineren van natuur en landbouw is heel goed mogelijk. Als je natuur en landbouw als twee losse dingen moet zien dan klopt er volgens mij iets niet aan die landbouw.”

Het is voor de Arinks een sport geworden om dingen zo lokaal en duurzaam mogelijk te doen. Zo worden  boerderijproducten rondgebracht in een elektrische auto. “Als er een elektrische trekker beschikbaar komt, zal ik de eerste zijn om die te gaan gebruiken. Vergelijk het maar met mensen die niet-verspillend leven. Op een gegeven moment wordt het een bepaalde sport waar je in door kunt draven. Die drang om van alles de meest duurzame vorm te kiezen, die passen wij toe op de productie van melk en vlees. Eigenlijk zouden we als Nederland moeten aansturen op het sluiten van de kringloop, inclusief het menselijke rioolslib. We hebben 17 miljoen mensen in Nederland, meer nog dan varkens. Een mens produceert ongeveer net zoveel fosfaat als een varken. Die mest, daar gebeurt nu niets mee. Dat is eigenlijk doodzonde.” Op Ekoboerderij Arink is dit kringloopaspect al geïntegreerd: het riool van zowel het huis als van het Biotel zijn aangesloten op de mestkelder van de koeien. “We gebruiken geen chloor, ook in het Biotel niet, dus dat is prima spul. Niets mis mee.”

In de ligboxenstal valt een opmerkelijk houten bouwsel op, het lijkt nog het meest op een skybox. Het is het verhoogde kaasatelier. Hermiene Makkink, zelfstandig kaasmaakster, verwerkt hier twintig procent van de melk tot zachte witte kaas. De kaas wordt verkocht aan Ekoplaza en via affineurs aan de horeca. Daardoor krijgen ze soms feedback van restaurantgasten, wat veel voldoening geeft. “Onlangs is onze kaas samen met drie andere Nederlandse kazen geselecteerd door Jonnie Boer van de Librije voor een proeverij in Parijs. Dat vond ik wel een hele opsteker. Onze kaas smaakt naar het bos waar je vroeger als kind inspeelde, was het oordeel van de jury.”

 

Boer zijn betekent voor John totale toewijding, en het allermooiste dat er is. Ondanks het permanente vele werk dat er is – “volgend voorjaar hebben we een weekendje weg gepland” – ervaart John het niet als werken. “Sinds ik van school af ben, begon er voor mij een hele lange grote vakantie en die duurt nog steeds voort.”

 

Bedrijfsgegevens EkoBoerderij Arink

Eigenaren John Arink en Liane Betting
Arbeid: een vaste medewerker voor 24 uur per week, kaasmaakster (zelfstandige), winkelmedewerker(parttime), kokkin (freelance), medewerker bediening
Biotel (parttime)
Areaal: 95 hectare
Grondsoort: Lichte zandgrond, esgrond
Gewassen: 48 ha gras/klaver, 20 ha graan, 3 ha zonnebloem, 4 ha mais, 20 ha natuurgras beweiding
Veestapel: 60 stuks melkvee, 80 jongvee en vleesvee
Ras: Fries Hollands
Productie: 330.000 kg melk/jaar
Bemesting: drijfmest en vaste mest
Machinepark: trekkers, sleepvoet, combine
Afzet: melk naar Aurora (80%, 20% wordt zelf verwerkt tot zachte kaas), kaas naar horeca via affineurs, Ekoplaza en eigen boerderijwinkel, vlees o.a. eigen boerderijwinkel
Bijzonderheden:  Biotel, rondleidingen, educatie, zelfvoorzienend, zonnepanelen, elektrische auto
www.ekoboerderijarink.nl

We komen bij de nieuwe parel van het bedrijf: het Biotel. Het afgelopen jaar zijn meer dan 1.000 strobalen, ruim 10 ton leem en 22 Veluwse Douglasbomen verwerkt tot een bijzonder gebouw. Het ligt op de plek, en heeft ook nog de vorm, van de voormalige hooimijt. Ze kregen alleen vergunning om iets te bouwen binnen de bestaande gebouwen. Dat kon door het nieuwe gebouw letterlijk in de oude hooimijt te bouwen. De douches worden verwarmd met energie die teruggewonnen wordt uit de restwarmte van de koel- en vriescellen, die op hun beurt weer van stroom worden voorzien door de zonnepanelen. Het hotel biedt plaats aan tien overnachtende gasten en 40 restaurantbezoekers. Op donderdag, vrijdag en zaterdag worden er een biologische lunch en diner geserveerd. “Jarenlang zijn we bezig geweest om voedsel te produceren. Sinds we de winkel zijn begonnen, in 2002, hebben we contact met consumenten. Dat mensen nu ook hier op het bedrijf slapen en de boerderij kunnen beleven en daarbij het door ons geproduceerde voedsel consumeren, dat maakt voor ons de cirkel echt rond. Dan zie je echt waar je het voor doet. Dan zie je hoe ze reageren op onze leefstijl, op onze voedselproductie, op ons boer zijn.”

Een Belgisch witblauwe stier dekt de helft van de koeien, de kalfjes worden op het bedrijf zelf afgemest. De stiertjes worden geost – door een dierenarts en onder volledige narcose – en kunnen zo samen met de vaarsjes, en veilig voor de wandelaars, in de natuurgebieden lopen. In de winter worden ze binnen gehouden in een potstal met prachtig houten beslag. Na twee seizoenen in de natuur te hebben gelopen worden ze als ‘Greenfields vlees van de Achterhoek’ afgezet. Het meeste vlees wordt verkocht in eigen winkel, een deel gaat naar natuurvoedingswinkels en restaurants in de buurt. Verder gaan er dieren naar Jos Groothedde in Vaassen, die het vlees verkoopt als ‘Natuurboerenvlees’. Ook gaan er jaarlijks nog zo’n vijf à zes koeien naar snackman Luuk Domhof, die in één van zijn twintig snackwagens duurzame snacks aan de man brengt. De kalfjes blijven twee a drie weken tussen de melkkoeien lopen. Omdat ze streven naar zo min mogelijk gebruik van krachtvoer, worden de kalfjes tussen april en september geboren.

 

John geeft rondleidingen aan allerlei groepen, vaak aan mensen die ver weg staan van de landbouw. “Bij de meest basale dingen die ik vertel over de koeien vallen de monden al open.” Toch blijft hij het met veel plezier doen. Ook met kinderen wordt het boerderijleven gedeeld: ieder jaar van maart tot juli hebben kinderen van twee lagere scholen bij hen op de boerderij een eigen groentetuintje. “We proberen die kinderen zo bij te brengen waar het voedsel vandaan komt.”

In het Biotel voegt Liane zich weer bij ons, ze laat met trots de vijf gloednieuwe hotelkamers zien. “Zelfs de prullenbakjes zijn cradle to cradle!” lacht ze.

Dit portret verscheen in september 2016 in de Toekomstboeren special van Ekoland